Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

300 Gods gadeloze Barmhartigheid

faam, om menfchen door woord en daad van Gods Vaderliefde te overtuigen ; hij wordt miskend; hij wordt gehaat; gefmaad, vervolgd, gelasterd; hij wordt aangeklaagd, gevangen, gebonden, van den eenen Rigter tot den anderen getrokken, ter dood veroordeeld en

in het gezigt der verbaasde hemelfcharen , en der in verwonderende verftomming wegzinkende Engelen , in het gezigt van het, tegen

hem in helfche razernij ontftoken, rot der Pha-

rifeen, en Schriftgeleerden in het gezigt

der ftarende Joden opgehangen aan het

moordhout. Aan het hoge kruis hing hij, hij droeg s'waerelds fchulden,hij leed onbefchrijfelijke ziels- en ligchaamskwalen , hij verbleekte, hij ftierf hij ftierf in de plaats van

doodwaardige, fnode, Gods Vaderliefde ontvloden , zig met moetwillige ftoutheid in den dood Hortende, en van het leven berovende

overtreders hij ftierf, zijn laatfte droppel

bloeds droop neder langs het flavenhout, en zijn bloed was het bloed der verzoening —•

hij o God! welke voorftelling! hoe! alle

kragt van de vuurigfte verbeelding verdovend! —— hij, de onfchuldige, de volmaakte, de reine, de lieveling des Vaders — hij zonk neder in den nagt des doods, om het leven voor eene levenloze , doemfchuldige waereld uit zijn dood te doen verrijzen — hij ftierf, en

hij

Sluiten