Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346 de heerlijkheid van gods lïefde

Vader aan u gegeven heeft,dat gij kinderen -Gods zoudt genaamd worden.

Gij hebt reeds veel van de heerlijkheid des goddelijken kindfchaps gehoord T. maar niet alles van 't geen zij reeds hier zijn, en genieten want wie kan dit befchrijven ?

niets nog van 't geen zij hiernamaals zijn zullen. Laat ik dan hierop uwe aandagt nog een weinig bepalen. Teder, die gevoel heeft voor menfchengeluk, zal verwonderd uitroepen ziet! hoe groote liefde.

Wat kinderen Gods zijn, wat zij van hunnen Hemelfchen Vader ontfangen zullen, is nog niet geopenbaard. Een fluier verbergt hunne grootheid. Zij leven op eene lage aarde , ingewonden in een ligchaam der fterfelijkheid, omringd door nagt, of verlicht door fchemerlicht. De tegenwoordige ftaat' is voorbereiding voor een beter leven, een ftaat van wasdom en ontwikkeling. Zij worden niet up eens, 't geen zij worden kunnen. Alles gaat trapswijze. En hoe wijs, hoe goed is deze inrigting van God! hoe overeenftemmend met de natuur ! een mensch wordt eerst een kind, eer hij een man kan worden. Wat hij als man zijn zal, is verborgen, als hij nog een kind is.

Een

Sluiten