Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C48)

te laaten werken, wanneer dan ook tevenê, de vermogens der ziele vernieuwd worden '. Thands durf ik dit beftuur der eer/te jaarea niet verder uitbreiden, en ga over, tot de piigten van Godsdienst en zeden.

feier zifn de kinderen, op welken ik het oog hebbe , tot dien trap van kennis geklommen dat ze voor de vermaaningen vatbaar blijven, en goede van kwaade daaden beginnen te onderfcheiden; maar evenwel eenen beftendigen raadgeever en waarfchouwer noodig hebben 't Is in dezen leeftijd, dat men begint te verkiezen, of te verwerpen, en de keuze richt zich genoegzaam alleen, na den invloed der vroegere opvoeding Men kan derhalven de eerfte beginfelen van Godsdienst aan de kinderen niet te vroeg infcherpen een kort gebed, met de herinnering van Gods te genwoordigheid, die hoort en ziet en het hart kent, 't leezen van gewijde Hiftoriën, van het Euangelium in 't bijzonder, vergezeld van eene bevattelijke utlegging, zal het kind, God als zijnen Weldoener, wien hij eeren en met eerbied vreezen moet, doen kennen ; eene herhaalde herinnering van het geleezene , en van onze afbangelijkheid omtrent het Opperwezen hier bij gevoegd, zal genoeg zijn, voor den eerften grondilag, tot den dienst aan Cod verfchuldigd Even zo zal men , door natuurlijk gefchilderde voorbeelden en vertellingen, zo uit Gods woord, als uit de famenleeving, de verpligting tot onzen naasten, en tot ons zei ven, en dus onze zeden, doen kennen. Kinderen ziin nieuwsgierig: zo dra zij de beginfelen van eene zaak weeten kan men gemakkelijk" den lust gaande houden.

Dat

Sluiten