Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «5)

moet men voorzichtig zijn, en zulks bedaard

doen, om hen noch onbehoorlijk, noch on-

maatig te kastijden. Vergun mij hier een kleine uitflap, om ook

dit op de dienstbooden toepaslijk te maaken. Men moet ook deeze niet met overheerfching of dwang, maar met redelijkheid belluuren.

Wij moeten in het oog houden, dat zij menfchen zijn; hun maaker en de onze,aan wien verandwoording zal moeten gedaanworden, van het gezag ons door zijne hand toebetrouwd, is een en dezelfde. Niemand onzer heeft het recht , zijne medemenfchen gewelddaadig te behandelen. Ik zal dit tot meerder aandrang befluiten, met de ernftige waarfchouwing van paulus , aan de Ephefers (*): „ Gij Vaders ! (zegt ,, hij) verwekt uwe kinderen niet tot toor,, ne, maar voedt ze op in de leeringe en de ,, vermaaninge des Heeren!" — wat verder zegt hij:" ,, en gij Heeren! doet hetzelfde bij ,, "hen , (uwe dienstbooden) nalaateude de drei„ gingen: als die weetet, dat ook uws zelfs „ Heere in de hemelen is ; en dat geen aaa„ neeminge des perfoons bij Hem is."

Ten anderen, is (om nu weder voord te .gaan,) voldrekt noodzaaklijk, dat de kinderen, zodra hunne vatbaarheid, zich begint te ontwikkelen, geoefend worden ; als een vaste regel flelle ik voor aan , hen te leeren (pellen en leezen, dan volgt, fchrijven en reekeuen; dit zijn onderwijzingen waar aan, niemand zijne kinderen, onttrekken mag. O-ivermoogenden kunnen zich hier op hunne armoede niet beroepen. De menschlievenheid heeft in

ons

(*") Hoofd. VI. vs. 4 en vs. 9.

H 2

Sluiten