Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 49 y

Ik andwoord neen. Het bewijst alleen maar* dat de vereeniging der leden van een huisgezin eene dubbele maate van genoegen fchenkt 5 Foor eerst, toch , geniet elk lid die vermaaken* waar voor hij zelve vatbaar is,en welken hij* ook buiten deeze vereeniging, zich verzorgen konde , en voorts ontvangt nog een iegelijk lid zijn wettig aandeel van die geneuchtens * welken uit deeze vereeniging geboren worden; die daarom billijk als het eigendom van het ganfche ligchaam worden aangemerkt. Het is, toch, eene wijze en weldaadige inrichting van onzen Schepper, dat elke pligt, dien hij ons immer voorfchreef, niet flechts voor den mensch een last , maar ook eene bron - wel van het zuiverst ziels-genoegen zijn zoude; Naar maate dus 's menfchen verbintenisfen aangroeiden , naar die zelfde maate zijn ook zijne verpligtimien en de bronnen van zijn vermaak vermenigvuldigd, en het is hierom, dat men met recht beweeren mag, dat, gelijk het belang van een huisgezin niet dan door eene getrouwe pligts-betrachting van alle leden kan bevorderd worden , zo ook het huislijk geluk in de geheele fom van vermaaken gelegen is, welke door elk bijzonder lid , genoten worden ; te meêr, daar het aan den mensch natuurlijk eigen is, om , niet Hechts met zijne kundigheden en ontdekkingen» maar ook met zijne vreugd en fmarte mededeelzaam te zijn.

Men besrijpt dus, hoop ik , zeer gemaklijk, hoe het huislijk geluk, fchoon van den zelfden aart als het bijzonder geluk der menfchen, echter een veel grooter genoegen D kan"

Sluiten