Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 130 )

lingfchap leest ook uwe onpartijdige character fchets in de gefchiedenisfen van haar vaderland; zij prijst of verfoeit u, zonder van uwe wraak iets meêr te vreezen te hebben. óLVVelk een prikkel is dit voor dezulken, die voor de waare eer niet ongevoelig zijn , om zich in tijds alleen door braafheid te onderfcheiden, en dus bij het onpartijdig nakroost eene duurzaame eere in te leggen! (*)

Nog eens , Aanzienelijken ! gij zijt menfchen gelijk alle anderen. Den zelfden oppervorst , wien zij eerbiedigen, moet gij ook vreezen en gchoorzaamen, en bij den zelfden rechter, zult gij, met hen, uwen aardfchen levers-loop vtrandwoorden. Gij zult nu, denk ik, niet ontkennen, dat gij door uwen Schepper boven veelen veel bevoorrecht zijt, en eerlang veel meêr dan de behoeftige daglooner zult te verand woorden hebben. Ook zal het u, denk ik, niet onverfchillig zijn, hoe uwe handelingen namaals door den rechter der menfchen worden opgenomen en vergolden. Gij zult zekerlijk wenfehen, dat gij dan, fchoon in een ander ftandpunt geplaatst, zo wel als nu, aan uwe zucht naar roem-en

groot-

(*) De volgende, op dit onderwerp toepas lijke, woorden, worden der Gemaalinne van Willem den 111. in den mond gelegd. „ Wanneer de Vorsten „ kwaad willen doen , moeten zij- verwagten , „ dat de waereld zich wreeken zal op hunne nage-

dachtenis , wanneer hunne perfoonen buiten ,, haar bereik zijn, en dit is maar eene geringe „ fmart, in vergelijking van het leed, 't welk zij „ anderen hebben doen verdraagen." Men zie Cerifier Gefchiecl. der Nederland. Deel VIII Stuk I. bladz. 208.

Sluiten