Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 DE ONVERWACHTE HINDERPAAL: Ziedaar, uW vader zegt: Cwie durft hem tegenfpreeken?) ' Dat ik in 't kwaade u ftyf; en, tusfchen ons gezeid, 'k Gebruikte ook fteeds metu te veel infchiklykheid; Dat is u honderdmaal gebleeken.

HENDRIK.

Wel, knaapje, hebtgy 1 hart, ga op deez'trant eens voord: Ik luiftcr, fpreek nog één zoo'n woord.

PASQUIN.

Ja zie , al moest ik 'er om lyden, lk ftel thans myn belang ter zyden : Voldoe uws vaders eisch; >t is tog een eerlyk man; Hoe latans hy ook grommen kan.

HENDRIK.

Wel nu wat eischt hy toch? hoe moet ik my gedraagen, Om hem niet fchriklyk te mishaagen?

PASQUIN.

Mynheer uw vader eischt niet veel; Hy wil dat gy het tegendeel Zult doen, van alles 't geen we u daaglyksch zien bedryven; Dit zal u in zyn gunst doen blyven;

Dan

Sluiten