Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET VADERLAND. 12.?

Mijn erf, door graft noch wal bellote,n,

Mijn erf blijft in den fchoonften ftand, Een haag van taaie heukenlooten,

Om weide en boomgaard heengeplant, Een haag van taaie heukenlooten,

Zo digt, zo vast in óén gegroeid, Houdt flegrs mijn vrolijk vee bcflotcn,

Terwijl mijn graan op de akkers bloeit»

'kZeg dikwijls tot mijn vrouw! „och lijs) El

,, Ons leven is zo lief als nut." Dan zingen wij een vrolijk wijsje;

Hoe galmt dan onze ruime hut! Straks dans ik met den kleinen jongen,

Terwijl zijn moeder 't vuurtjen ftookt. En, door zijn lief gevlei gedwongen,

Vol haast den dikken brijpot keokt»

h

Sluiten