Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HERSTELLER DER VRYHEID. I^I

veel meer flaafsch dan kinderlyk moesten niet zyne gevoelens jegens God zyn, daar alle zyne gaaven en offers door de handen der priesteren gaan moesten; daar hy niet onmiddellyk tot zynen Schepper en Heer naderen, daar hy zyn Heiligdom niet betreeden mogt, maar zich, zo lief hem zyn leven was, op zekeren afftand van den troon zyns konings moest houden. En hoe weinig edels was 'er niet in zyne bevatting van God ! 't Was by de meesten het naauwbepaalde, partydige , fomtyds zelfs menfchen haatendc, denkbeeld van eenen Befchermgod, van wiens befchcrming en gunst alle de overige volken uitgefloten waren, en dien de Israëliei zelf zich meer als eenen magtigen Heer, dan als eenen Vader voorfleldc. Tc recht noemt daarom Petrus deeze gantfche inftelling, welke anders voor die tyden, en voor die kindsheid des joodfehen volks zeer gefchikt was, een juk V welk de Vaderen naauwelyks hadden kunnen dragen , en 't welk Voor de Christenen geheel onvcrdraaglyk zou wcezen. — — En nog zwaarer drukte hei juk des bygeloofs de heidenfche volken , zelfs de bcfchaafdfle en in andere opzigten verlichtrte niet uitgezonderd. Welk eene duiürernis omringde niet den afgodendienaar ! Hoe troosteloos was niet zyn Godsdienst! De gantfche natuur

was

Sluiten