Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TIM. I. 13. 53

xegt men, niet alleen van haare oudfle gedenkfiukken (*) maar zelfs van de klaartfte plaatzen in de H. Gefchiedenisfen, liederen , en in de Euangelien en brieven van Pauius! — En nu vraag ik, of de Kerk niet verpligt is voor te komen , dat onvaste en waanwyze menfchen den zin des Bybels niet zoo ongeftraft verdraayen, veele eenvouwige lieden onder een fchoonen fchyn verleiden , en overal twyfeling en onzekerheid opwerpen? en of zy daarom voor haar zelve, voor haare leden, en tegen haare beftryders , in een' geloofsregel, niet alleen met haare woorden moet voorftellen, maar ook die woorden moet bepalen en verklaren ? onpartydigen, twyfel ik geen oogen-

blik, zullen 't my gereedelyk toeftemmen!

B. Dan, om hier van af te flappen, en tot eene andere hoedanigheid van een voorbeeld der gezonde woorden over te gaan: een tweede eigenfehap deszelfs, moet de kortheid zyn — niet eene kortheid, die het fluk op-

per-

(*) De Lezer verdenke my hier niet, dat ik doele op die voortreffelyke werken , die het verhevene der Oosterfche Digtkunde voorftellen, en ons met haare fchoone beelden

bekend maken: ik fprak alleen van die fehriften , dié

onder het voorvvendzel daar van, de gevvigtigtte ftukken

van' den Godsdienst verminken. En, zyn er die niet-

raaar al te veel?

D 3

Sluiten