Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TIM. I. 13. iit

nodig, volgens het hoofdoogmerk van den Catechismus, daar zoo opzettelyk van te fpreken, en die zoo uitvoerig te bewyzen als de andere leerftukken, die toen meest in gefchil

waren ? 2) het is voor 't overige mwarag-

tig, dat de Catechismus van alle die dingen gezwegen heeft; het is waar, zy ftaan niet op die plaats, ze zyn zoo uitvoerig en naar dien trant niet behandelt, als in onze hedendaagfche fteï* zeis: maar zy zyn er egter wel degelyk in te vinden. Spreekt de Catechismus niet gezet Van de leere der Schepping en Voorzienigheid? is in deze leer, als mede in die der Verlosfinge de leere van Gods beftaan en eigenfchappea niet opgefloten? zyn hier de af'getrokken' befchouwingen juist noodzakelyk ? kan men ze niet paren met de befpiegeling van dat geene , 't welk die dingen aan ons verftand en onze zinnen brengt: van de zienlyke werken, die de eeuwige kragt en Goddelykheid van denOnzienlyken vertoonen, van de wonderen der genade, die een' onnafpeurlyken rykdom van wysheid en liefde in den Werkmeester openbaren ? is die leerwyze niet de leertrant des Bybels? fpreekt die ooit van Gods beftaan en eigenfehappen , als door en uit zyne werken? is dit niet best gefchikt om Hem te tasten en te vinden , daar Hy niet verre is van een iegünlyk onzer? — nog eens, vooronderftelt

en

Sluiten