Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TIM. I. 13: lij;

liefkoosde fchikking in 't Godsdienstige, en dierhalven, dat de vorige leertrant anders is als de hedendaagfche , is geen genoegzame rede om dien af te keuren; indien er maar geene ftootende gebreken in gevonden worden, die verwarring baaren, en noodzakelyke verbetering vorderen. Maar nu, zyn er dezen in de orde en het leerbeleid, dat de Catechismus

volgt ? is het niet de natuurlykfte voor-

dragt van zaken, in de befchouwing dien weg te houden, dien de mensch in de beoefening moet bewandelen, zal hy zalig worden? hem eerst te leiden in de diepte zyner ellende, en daar door ernftig begeerig te maken naar de verlosfing van zyne zonden? Hem dan die verlosfing zoo heerlyk, zoo aanneemenswaardig, zoo zeker, af te fchetzen, dat zyne ziele in verlegen erkendtenis wegzinkende moet vragen , „ waar mede zal ik die liefde beantwoor„ den?" En dan den weg der dankbaarheid aan te wyzen, waar op hy waardiglyk zal wandelen der genade, aan hem gefchied; als mede het middel, dat hem daar toe geduurige kragt en bekwaamheid kan fchenken, het gebed? is dit verward, dan zeer wel aan

een verbonden ? misfchien al beter als de trant

der meeste Godgeleerde ftelzels!

Befchouwt dien van den Catechismus eens van naby! ■— Vloeien in de leere der ellende die H 2 ftuk-

Sluiten