Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46* REDENVOERING.

minder in 't Hebreeuwsch. Trouwens de taalkundige aanmerkingen, welke zij ten voordeele van Itunne wanbegrippen en ten nadeele der waarheid te berde bragten, waren doorgaans ongelooflijk fchraal, en hadden geen den minftenklem. Wie geen vreemdeling is, of in de fchriften van Socinus, Creiïius, Volkelius, Enjedinus en foortgelijken, of in de boeken van zulke Deisten, die voor taalkenners wilden doorgaan, en onder welke foort ook Voltaire behoorde, zal van 't gezegde ten vollen overtuigd zijn. Eene matige kundigheid in de taaien fcheen, derhalven, voorhenen toereikende, om hunne onkunde aan den dag te leggen, en het onbeftaanbaare van derzelver letterkundige opmerkingen aantetoonen. Doch nu is 't geheel anders met de zaak gelegen. De voornaamftc beftrijders der Verborgenheden en andere gewigtige waarheden van 't Euangelie zijn ver gevorderd in de Hebreeuwfche en

Griekfche taalkunde, en zij weten 'er

een

Sluiten