Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xvr. VOORREDE.

gen en tusfchen onze geteisterde Kerk-gedaante. Geen twee onvrugtbare zandkorrels , noch fcherpe dqprne punten kunnen elkander meer gelyken (a). 't Is waar de Voltaires,de Rofeaus, de Edelmans,de Humes, de (£) Mendelzoons enz. zyn geftorven; maar

hun-

Meermalen heb ik den Lezer veifcheiden lineamenten van deze gelykvormigheid in rayne Bybelfche Byzonderheden, Apologien en andere Schriften laten zien. De achtbare Schryver der boven aangehaalde Voorrede heeft er opzettelyk zyn werk van gemaakt. Men leze mede het geen daar over gefchreven is door den zaligen Clarisfe in het derde deel zy'nerLeerredenen over de CWejrfenfen ftladz. 96. en verv. Gedr. te Utrecht en Groningen 1787.

Cb~) Agter het geprezen werkje over /te Liefde jegens vreemde Godsdienstgenooten, vindt men een Toegift, waar in onze Goeze op het voetfpoor van een onbekend Audteur zyn groot ongenoegen uitdrukt wegensdeoverklimmende loffpraken , met welke de Jood Mendelszoon van Christenen,van Geleerden, vanGodsgeleerdenvereert is tot ben.-.deeling der eer van Christus. Opmerkelyk is het geen hy 'er op laat volgen: „ Myns oordeels j, bezondigen zig de zoodanige nog veel zwaarder, die in ,,-den naam des Heeren Jefus gedooptzyn, maaropen, baar afvallig zyn geworden, de gemeenfehap on„ zer Kerk openlyk verlaten hebben , de Godheid des 5, Heeren,die hun gekogt heeft, vyandig verloochenen, J5 zyne eeuwige volwigtige Verlosfmg beftryden, en al hunnne geleerdheid daartoe aanleggen,omdenogove-

Sluiten