Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 55)

tykheii zyner fterlte (*). Wanneer wy hier op acht geven, kunnen we ons gemaklyk voorftellen, welk een ftraf die Elendigen te wagten hebben, dewelke God moedwillig veiiochenen en 't Evangelium van Jefus Christus beftryden, befpotten en belasteren.

Menbrenge, tegen dit ons Voorftel, niet in, dat waar de zonde meerder geworden is, de genad» Gods daar meer overvloedig is geweest; en dat 'er toch voorbeelden bekend zyn, van Ongelovigen , en fpotters , die nog óp hun fterf bed bekeerd en behouden zyn, om daar uit te befluiten, dat hun toeftand zo gevaarlyk niet is, als dezelve afgemaald wordt. Wy vermanen , met allen ernst, dat men zulk een misleidend denkbeeld late varen. Want het is een verderflyke verdraijing van de troostryke woorden des Heiligen Geests, Rom. V. 20., wanneer men dezelve misbruikt tot een dekfel der zorgloosheid en tot verharding. Zy hebben geen ander oogmerk, dan om boetvaardige en verflagen zondaars te bemoedigen. Wy Hemmen wel toe , dat 'er fommige Ongelovigen op hun Sterfbed , door een waarachtige bekering, nog als een vuurband uit het vuur, gered worden. Maar hier uit te willen afleiden , dat hun toeftand niet hoogstgevaarlyk is, zou even zo buitenfporig en zinneloos zyn, als,

dat

O a Tesfal. I. 8. 9.

D4

Sluiten