Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 23 )

maar men kan «iets hoopen, daar geen de minde fchijn h, dat wij het zullen ontvangen , nu is het geloof geen wa'arfchijnlijke gisfing, maar het is een vaste'grond, die ons verzekert van het voorwerp zelve. ■ De figuurlijke fpreek-

wijzen, die van het geloof gebruikt worden, bevestigen dit gevoelen. — Zoo wordt het geloof genoemd een aannemen, (*) maar niemand zal iet aannemen, zo hij niet vertrouwt , dat het voor hem gefchikt is, anderszins was het waarlijk eene gevaarlijke onderneming. — Daar te boven, het geloof is de bron van alle deugd, waar uit de waare troost in léven en derven alléén kan en moet voordvloeien, nu is de eerde hoofddeugd van het christendom en de bron van alle goede werken de dankbaarheid voor de verkregene

verlos'ing; maar dit kan niet gefchieden, ten zij men

vertrouwe, dat Gods beloften in Christus ook'tot ons behooren, of men moest dellen, dat niemand in waarheid God kan verheerlijken dan een fterkgelovige, dat de ongerijmdheid zelve is.

Volgends dit denkbeeld nemen we de bovengemelde gezegden — hongeren, dorden, lopen, komen, zoeken enz. voor werkzaamheden Van het geloof, als zijnde alle gegrond op dat vertrouwen, waar van wij onze lezers, volgends de bcfchrijving derH. Schrijveren, een opgeklaard denkbeeld gegeven hebben.

Tot dit geloof, waarde medechristenen! zijt ge verbonden. God , de allerhoogde, beveelt u, gelooft in mijnen Zoon!— boe als rechtvaardige? — als uitmuntende? — neen als zondaar! blijde taal! als zondaar moet ik ko¬

men — dit is overeenkomstig mijn toedand. .— Zondaar ben ik ■ dagelijks.druikel ik in veelen.— Goedertieren Vader! uwe bevelen zijn lieflijk! in alle uwe wegen zal ik fteeds belijden:gij zijt liefde I gij hebt geen' lust in den dood van eenen zondaar!

. , Hoe C) jo*n. I: «.

Sluiten