Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 42 )

•1ijjje hf.erek!

Nadien ik in de daad eene vriendin van den godsdienst ben, en, gelijk mijn geweten mij getuigt, het mij oprecht om mijne zaligheid te doen is,zo trok de titel van uw weekblad, de Godsdienstvriend, terdond mijne aandacht tot z\oh. —,—. Ik zond mijne meid naa eenen boekverkoper in mijne buurt, en liet het eerde nomiuer koopen , in het welk gijlieden uw oogmerk en doelwit ontvouwd hebt. Ik begreep, dat uwe Verroogen nuttig, en voor mij misleiden ook gezegend konden worden. Voornaamlijk behaag¬

de het mij, dat gijlieden het praktikaale van onzen godsdienst ook bijzonder in het oog. beloofdet te houden; 11c dacht, hier zal ik beknopt en in korte vertoogen, die ik in weinig tijds kan doorlezen en overdenken ,misfchien vinden, het geen, voor mij te breedvoerig, en onder re veel omflag van woorden of geleerdheid, in groote boeken is opgefloten , die door hunne breedvoerigheid een eenvouwig verdand gelijk het mijne, eer vermoeien en verwerreu, dan leeren en dichten ; behalven dat mijn zwak eri zieklijk lichanm op den duur niet toelaat, dat ik veel lees of peins. — Met verlangen zag ik dan uit naar UI. tweede blaadjen; maar hoe was ik ontroerd, hoe diep getroffen , door die , Helaas! te veel gelijkende fchets , mijn hart zegt het mij, van het hedei:daagsch christendom! voornaamlijk dond ik als voor 't.hoofd geflagen, toen ik mijne eigene, echte beeldenis daar in aantrof. — Ja, mijne Hceren! ik ben die beklagenswaardige pia, die geene rust tot hier toe gevonden heb, voor mijne vlottende zisl; ik ben het, die zulk eene groote zaak, als bet is, God tot een verzoend vader te hebben, en te geiooven, dat men een kind van God is, en dat men genade gevonden heeft in zijne oogen, o wat is dat groot! niet durve te be« daan. — o daar behoort zo veel toe! Ik zou iigtvaardig handelen, en misfehien ,, met een leugen in de regte hand „ naar de eeuwigheid gaan 1"— Ik heb zo veele waarfchu» wingen tegen het ijdel vertrouwen gelezen ; Dierbare, graaggetrouwe knechten van God hebben mij zoo dikwils in hunne gemoedelijke en emfti'ge leerredenen voorgehoiuL.i, „dat 'er , 1 „ al.

Sluiten