Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)i uit nehemia X: r. e. z. v. de leere eter verkiezing. bewees; Indien gij de plaats nagezien had, pia! gij zoudt Ipevonden hebben ; dat 'er de hoofden des Joodfchen volks penoemd worden, die in naam van de gantfche natie door hunne onderteekening de vernieuwing van den vaderlijken

godsdienst verzegelden. ■ Maar zoo hebben wij meer-

praaien den Bijbel verkeerd zien toepasfen; gij geeft'er zelve een voorbeeld van, in die (preekwijze; met een leugen m de rechiehand. Deze omlchrijft in de plaatze , daar gij voorkomt (f) de dwaasheid der genen , die afgoden dienende , nog wilden gehouden zijn, den waaren godsdienst aan te kleven. — De heerfchende leere dér fchrift is, het geloof in jesus. ,, Deze dingen zijn gefchreven, opdat „ gij gelooft, dat jesus is de christus, de Zoon van „ God; en op dat gij geloovende, het leveri zoudt hebben ,, in zijnen naam! " Niets li duidelijker.

Gij klaagt over uw onvermogen ten goede, en de vruchr teloosheid van uwe poogingen; en beroept u op het zeggen van den Eerw. E. gij moet wedergebooren e. z. v. zijn , dan zoudt gij, naar het fchijnt, gelooven, dat gij eene begenadigde waart. Die klagten, pia! komen hier geheel niet te pasfe, hoe dikvvils zij ook van veelen worden aangevoerd, om hunne traaghéid en onwilligheid te bewimpelen. Het zeggen van den Eerw. E. is even zoo ongerijmd , als de ('preekwijze, die wij vaak geheel te onpasfe hoorden gebruiken van jesus achter aan te kermen , als zulken, die verpand van kermen hebben. Zulke geZegden, en zulke klagten, die daaruit aanleiding ontvangen, keeren juist de euangeli-leer om. Naar de taal der H- S. heeft God om eerst lief gehad, komt God ons voor. God trekt ons, op dat wij tot zijnen Zoon komen: j e s u s' roept ons, jesu$ wekt dooden up ten leven; Gods alver, mogen werkt; Hoe kan hier dan geklaagd worden over onvermogen? Verbeelden wij onseenen bedelaar, wiea

eene milde gift gefchouken word , die deze gift aarfeit aan te nemen, onder voorwendfel, dat dezelve te groot, en hij te onwaardig is,- verbeelden wij ons eenen doodkranken, die een onfeilbaar geneesmiddel weigert te gebruiken, om dat, iet wel, om dat hij niet in ftaat is, voor het gebruik

van

f"t) Jes. XL1V; ao. — God hoort de zondaars niet, is mede ééne van die gezegden, welke zoo dikwils misbruikt worden. Un echter is bét een gezegtj*, dat niet dsn in zeker opzigt waar is,

H 3

Sluiten