Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GÖBSBïïENSTVRIENÖ:

De wind blaast, waar heenen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij en weet niet, van mar M*>&' waar hij heenen gaat, alzoo is een tegelijk, die uit den Geest gehoor en is. , y

joann. III: o.

DE HEILIGE GEEST DE WERKER VAN HET GELOOF.

T Tet is den redenlijken mensch eigen,dat hij naar de oorH zaaken der dingen onderzoek doet,dat hij vervolgends

ken en gewrochten famenhangen, of z.ch nopens de wijze, he" Am der dingen gelegen laat liggen. „ Wanneer wij daartoe in ftaat zijn, mogen wij te recht den naam van wij-

2« voeren — M*4« P°tuil rerum Ü! Echter moeten wij in dit naarfpooren de behoedzaam, heid in het oog houden, en ons binnen de paaien, van onze, eindige natuur zorgvuldig benutten. .Hetis toeft alleen voor. he oneindig verftand van den Afwijzen eigen, .het geheel ve baud van alle zaaken te doorzien! — Wy .zien onze km» deren, ten olijke, hoe natuurlijk dit naarfpooren is voor den, onderzoekenden geest der menfchen, hun poppegoed zelfs breken,om te.zien,hoe het gemaakt is;uit du kinderlijk ge, drag, leert een waarnemer dermencchl.,Le natuur tweeZaaken; vooreerst, mij mogen ja moeten deze drm involgen , en oorzaaken en gewrochtenen het verband der dingen - -\,

Sluiten