Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "3)

verlangen naar zijn vaderland. Hij verlangt met de woonftede,,dï* uit den hemel is,overkleed te worden. Terwijl hij zijn oog op den hemel gevestigd houdt, en doordrongen is van het heil daar te vinden, roept hij dikwerf met een haakencl uitzien: „ ó Heer! wanneer zal ik ingaan, en voor uw aangezicht verfchijncu!

Uit dien hoofde wendt hij alle middelen aan, om die Codftad zeker te vinden.

thj houdt zich op den weg van geloof en heiligheid. Hij verzegelt die getuigenisfen: die in den Zoone gelooft,heeft het eeuwig leven; zonder heiligmaaking zal niemand den Heere zien. —Ieder voordering in heiligheid is een lfap, die hem nader brengt aan de gelukzaligheid des hemels. ^Aardfche goederen moeten wij aan den eindpaal van ons leven nederleggen, maar heiligheid zal met ons gaan tot en over het graf, en ons begeleiden in de wooning van onzen Vader, om daar bij ons te verblijven door alle de rollende kringen der eindelooze eeuwigheid. Des voegt onze hemelzoeker bij zijn geloof deugd, bij de deugd kennis,bij de kennis maatigheid.bij de maatigheid lijdzaamheid,bij de lijdzaamheid broederlijke liefde, en bij deze liefde jegens allen ; alzo hij voorzeker weete ,dat hem op deze wijze een ruimen ingang zal vergund worden in het eeuwig Koningrijk van onzen Heer en Zaligmaa-t ker jesus.

Ter bereiking van dit einde, wandelt hij op die paden met den dierbaren bijbel in de handen. Hier in ziet hij niet alléén de kaart en aftekening van het hemelsch Kanaan , maar ook de wet, die, door de kragt der voldoening zijns Zoen* borgSjhem ter zagte en wijze leidsvrouw verftrekke, zijn laven regele,en hem op zijnen weg voorlichte naar deGodllad. «— Zijne liefde ontvlamt voor zijnen God en Zaligmaaker op dat denkbeeld: jesus heeft mij van den vloek verlost. -A> Hij zal fteeds voor hem leeven, en , geflerkt door de kragt des genen,die hem lief gehad en verlost heeft,zijnen beminr lijken Heiland navolgen — navolgen in alle zijne deugden, die hem volmaaken voor den kring eener edeler beftemming. —, Des bevegt hij dagelijks zijne verkeerde neigingen,zijnetoomelooze driften, maakt ze tor. knegten, die hem dienstbaar worden aan zijne eeuwige belangen.

Hij is vooral bezorgt,om meerdere knndigheón te erlangen van den weg, die hem naar de Godftad geleidt. — Hierom gaat hij met die fmeekbeê geduurig naar den genadetroon : ik ben een vreemdeling op aarde, verberg uwe geboden voor mij niet! en wijl Gods woord een lamp voor zijnen voet en een

licht

Sluiten