Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C »*»> )

licht op zijn pad is, juicht hij al wandelende: uwe getuige» nisfen zijn mijne vermaakingen, mijne raadgevers, en uwe geboden heb ik bij mij weggelegd.

Onze zoeker laat zich ook door geen verdriet of zwaarig* heid aftrekken, om in die ftad te geraaken. •— Reizigers , die uic inzigt van eenig aardsch voordeel en vaak uit vermaak of nieuwsgierigheid een' verren tocht naar een uitheemsch land ondernemen , zullen zich niet ontzien, hooge bergen, fteile rotzen , naare bosfebagien, woeste wildernisfen en diepe ri* vieren door eu over te trekken; alwaar hun duizend zwaarigheden bejegenen,en hun menigmaal in de grootfte gevaaren wikkelen, daar zij echter, om ter plaatze,daar hun tocht naar toe leidt,te komen,manmoedig doorftreeven. — Zóó doet onze reiziger naar het hemelsch Vaderland. Wat zwaarigheden, "wat bejegeningen in het zoeken hem ontmoeten, met een' (laaien moed en onwrikbre koenheid komt hij het alles

te boven Hij weet, dat zijn hoofd jesus curistus,

die een man van droefheid was, uitdrukkelijk tot de ziincu gezegd heeft: gij weet, dat de wereld mij eer dan u ge* haat heeft, indien gij van de wereld waart , de wereld zou het haare beminnen, maar om dat gij niet van de wereld zijt, en ik u uit de wereld heb uitverlrooren, daarom haat u de wereld. Hoe fmerrelijk dan de ontmoetingen ook zijn mogen, zij zetten hem nimmer uit zijnen tred naar de hemel(lad;'t vooruitzigt op de vreugd, die hem is voorgefteld,bemoedigt hem,welwetende: dat alle tegenheden,wanneer hij recht omtrent dezelven verkeert, dienen zullen, om zijne aankomst in het huis van zijnen Vader zóó veel te meèr wezenlijke blijdfchap bij te zetten. — Zóó wordt verhaald van de Hebreërs ,dat zij met genoegen de berooving en (looping van hunne aardfche bezittingen hebben aangezien, alzo zij verzekerd waren van een veel beter goed in den hemel. Voorzeker het lot, dat hun verbeide, was geen verliesbaar Eder.

Onze wandelaar tracht ook alles af te leggen,wat hem op dien weg hinderlijk is: — Van de wereld betuigt hij los te zijn, want hij heeft haar opfchrift leeren kennen , de gedaante dezer wereld gaat voorbij.—Rijkdom,eer, hoóge ftaaten ,gezag,majesteit, voorfpoed, roem , en alles wat de wereld bekoorlijk .moge opleveren, zijn bij hem in geen andere achting, als in zóó verre zij kunnen dienstbaar 'worden aan eenen onflerflijken geest, die een beter Vaderland zoekt.

Er is meer, de hemelwandelaar vertraagt in zijn zoeken nimmer. Ieder flap in de wereld is een trede nader aan den hemel. Dit alles verzoetend denkbeeld, ik bsn voor eene

ceu-

Sluiten