Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 165 y

liefde in christus eu van de oneindige gerechtigheid des godlijken Zoenborgs, hoe meer men overtuigd zij, dat hij zondaars, de grootften zelfs , kan en wil zaligen, dat hij voor alle komenden de armen zóó wijd opent als de boogen des hemels, zóó veel meer, zóó veel fterker, zal men den eeuwiggezegenden jesus in alle zijne volheid en gewilligheid aan alle zondaaren aanbieden.

Laat een bekrompen Verlland hier tegen aandruifcheu,laat hij de algemeene euangeliprediking met die van het nieuwe licht verachtelijk benoemen; wij beklagen zijne onkunde,en raaden hem. dat mi tot aic waare euangelilicht fpoedig wederkeere. Verachtelijke aardworm! poogt gij uwen oneindig-goeden Schepper, na dat hij u zijn' Zoon gefchonken heeft, tot uw bekrompen denkwijs te verlaagen! vrees niet, dat gij immer een euangeli te hartliik zult verkondigen, daar de engelen met verrukking op ftaaren , en in zijne luisterrijke uitgebreidheid wentellen te zien, msm niet kunnen; vrees veel eer, dat gij de heerlijklle ontdekking, die God immer van zijne volmaaktheden, en vooral van den onnafpoorlijken rijkdom zijner genade en menfchenliefde gedaan heeft, befnoeien, en de deur voor die genen fluiten zult, voor Wien jesus zelf die open gezet heeft. Zij, die het waare licht kennen, vermaanen nog een iegelijk mensch, en keren e<n iegelijk mensch in alle wijsheid, op dat ze een iegelijk niensch zouden volmaakt Jlêllen in christus jesus (*;•

inttisfchen zullen verfcheiden van onze Lezers reeds op dit voordel gedagt hebben. —- Hoe kan de voldoening van c u r i sT u s a/genoegzaam zijn voor alle menfchen, daar God evenwel rdet allen maar eenigen in zijnen Zoon uitverkooren heeft ± rr en dus kan God zich als geen Fader in zijnen Zoon aan allen aanbieden; wij andwoorden dezulken: Gods bepaald befluit, om alleen de uitverkoornen te zaligen, neemt de algenoegzaamheid van christus verdienden niet weg, alza het godüjk befluit noch zijn volmaakte natuur noch de wezens der dingen verandert.' Wij kunnen noch mogen de algenoegzaamheid van christus verdienften en Gods oneindige genade naar het godlijk befluit afmeten noch bepaalenj des zondaars verpligting, om God te gelooven in alles, wat hij getuigt , is ook door 't godlijk befluit niet veranderd nóch, vernietigd. Door de minfte bepaaling , onder wat voorwendfel ook, doet men de algenoegzaamheid der godlijke genade te uiete. het dan waarachtig, gelijk het is, dat God

(O Kol 1: 35,

X 3

Sluiten