Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 174 )

>. Verwondert u hier niet over mijne medezondaars! ftaat een oogenblik bedaard bij dit voordel (Ui. Herdenkt, wat God niet al aan u gedaan heeft, en wat hij nog heden aan u doet. Hij geeft u zijn onderwijs, brengt tot u het woord des dierbaren enangeliums , laat u dat verkondigen, onderfcheiden nkleggeu, en op u gemoed aandringen: welk eene iiefdearbeid over zondaars! ——■ ja, denkt hier bij, boven hoe veeie duizenden, boven hoe veel geheele volken , gij daar in begunftigd wordt. Is dat geen gunstbewijs van onberekenbare waarde ? een middel en gelegenheid te genieten, om zijne zaiigheid, onderopzien tot den beloofden Geest van chuhtus, gelukkig te kunnen beginnen, doorzetten en voleinden, is een blijk, dat God reeds aanvankelijk op en met ons ter onzer zaligheid werkt, en dus moeten wij door die verordende middelen, onder afhanging van zijne genade, medewerken. — Daar beneven; heeft God niet menigmaal het woord zijner vermaaning inwendig op uw geweten aangedrongen, en uwen ernst en vermogens opgewekt, om zijne ftem in agt te nemen? Laat het waar zijn, dat dit flegts een gemeene overtuiging, een gemeens verhing van Gods genade zij; 't is evenwel een werking, waar omtrent gij wel toe te zien hebt , hoe gij 'er aan beandwoordt; een werking, die (in welken gemeenen zin gij dit woord ook vatten wilt) toch genade, onverdiende weldaadigheid is , en u aanfpooringen tot het zoeken vau uw heil geeft, die niet vergeefs mogen zijn.

Indien alle mijne medechristenen dit voordel recht bevatteden , dan zouden ze onder allen dien liefde arbeid , welke God ter hunner zaligheid dagelijks doet, niet flil ftaan bij hunne onmagt; zij zouden veel eer hunne onwilligheid in dezen hartelijk betreuren, en voordaan getrouw zijn in de gebruikmaaking van die middelen, door welken God ons, die onder het euangeli leeven, alleen wil zaligen, i Indien een zondaar , uit eene waare begeerte om ook tot de zaligheid te mogen komen, vraagt: wat zal ik doen, om zalig te worden? dan bedenke hij toch, dat deze begeerte een beginfel is van die werking , door welke hij zijne zaligheid verder kan uitwerken. Dat onze Brieffcbrijvers dit vooral ter harte nemen ! 't Is onbegrijpelijk , dat wij met elkander redentwisten over onze onmagt ter uitvoering van de godlijke bevelen ; daar ons een euangeli gepredikt wordt,, het geen alle onze nooden eu gebreken

Vervult, en alle zwarigheden t'eenemaal wegneemt.

Aa*

Sluiten