Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 283 )

■vervolg vergeten. Op deze veronderftelling zullen wij u nu eenige trekken van een1 Christen , die ziek voor den hemel bereidt of bekwaam maakt, aftekenen.

— De Christen, die zich voor den hemel meer toebereidt, tracht zich ieder dag te reinigen van de hefmettingen, die hem onbekwaam maaker, voor de gelukzaligheid des hemels. — Hij wandelt dan door deze befmettende wereld met eene heilige waakzaamheid. De Oprechtheid en Waarheid bewoonen zijn hart. Nijd, toorn, wraak, die in de hemelfche gewesten niet gevonden worden, laat hij over hem niet heerfchen. Den hoogmoed, die den val van engelen en menfchen berokkende, fchuwt hij zóó erg als alle liefdeloosheid, welwetende, dat hier boven elk invvooner alles aan de Genade toejuiche,en dat de waare liefde en de nauwfte eendragt daar zullen plaats hebben, eeuwig! — 'Er is veel aan dat reinigend werk te doen mijne Vrienden! Nogthans moeten wij, fchoon de volmaaktheid voor den hemel bewaard is, aanvangelijk bereid worden tot eene gelteldheid, om te kunnen ingaan in dat licht, waar de erve der heiligen word uitgedeeld en ontvangen.

— De Christen, die at meer voor den hemel zich bekwaam maakt, fpeent zijn hart zelfs van alle geoorloofde dingen in dit leeven, we/ken in den hemel niet genoten worden. — Da:ir zijn veele nieuwsgierige befchouwingen en vermaakelijke bezigheden, die ons-op eene wettige wijze onthaalen mogen, terwijl wii hier zijn; daar zijn uitfpanniugen en verlustigingen, die het vleesch of het gemoed vermaaken mogen , terwijl wij woonen in rabernakeleu van vleesch en bloed, en omringt zijn met Iterflijke dingen paaide Christen, die zich voor den hemel toebereidt, moet komen tot eene heiliue onverfchilligheid omtrent dit alles, anderszins zal hij nimmer aandoen de gedaante van een inwoo^ ner der bovenmaanfc'ue, der hemelfche gewesten. — Zulk een dan bezit zich zelve. De matigheid ltraalt door in ai Ie ïijne daaden. —Hij is (volgends de tekening die paulus van hem (*) geeft") in zijn lieffte verkwikkingen des leevens blijde als niet blijde ; om het verlies derzelven weent hij als niet weenende; hij koopt als niet bezittende; hij gebruikt de wereld en misbruikt ze niet; al het ondermaaufciie merkt hij aan als verdwijnende; hij heeft zijn harte gezet op de dingen,

CO 1 Cor. VU: 30, 31.

Nn 2

Sluiten