Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 235 )

den hemel, om de zaligheid van alle de genera» die hem verwachten, tot de volmaaktheid te voltooien.

— De Christen, die zich bereidt voor den hemel, oefent hier op aarde reeds de bezigheden , welken verricht worden van de inwooners der hemelfche gewesten. — Aangename overdenking! —Is de befchouwing van God, in zijne natuur en volmaaktheden, het werk der Verheerlijkten; onze voor den hemel zich bereidende Christen is in deze befchouwing werkzaam. —- Dan eens weidt hij met zijne gedachten door bet rijk der natuur; in ieder boombladjen, in ieder grasfpiertjen, in ieder fter aan den hemel, in ieder zandkorrel op aarde, in ieder polsflag, in ieder ademhaaling, ziet hij de grootheid van den Vormer, en den vinger van den Albeihmrer. — Dan eens is hij werkzaam in het rijk der genade; dat God zijnen Zoon voor hem zondt —■ voor hem — een zondaar — dit vat hij niet — hij denkt eene gedachte, die zich in de eeuwigheid zal ontwikkelen. Zijne overdenkingen zijn hein aangenaam, troostrijk. „ o (zegt hij dikwerf) dat ik „ voor altijd mogt woonen in het midden van uwe heer. „ lijkheid, om alle uwe wonderen, die mij verrukken, te „ befchouwen — eeuwig!" — Is het aanfchouwen van de heerlijkheid van curistus de aangename werkzaamheid der Gezaligden. — Onze reiziger op aar.de doordenkt de genade en eere van jesus, den Zaligmaaker. — Ia zijne eenzame afzondering fpeurt hij de voetllappen na van zijnen Verlosfer. Zijn lijden in den hof, zijn fterven aan het kruis, zijn rust in het graf, zijne heerlijke verrijzenis, zijne opvaring naar het huis zijns Vaders, zijne zegerijke wederkomst, dat — en veel meer, bewondert hij;— hier juicht hij: „ zulk een is mijn Vriend, mijn Goè'1! hij wacht „ mij — haast zal ik hem zien — haast zal ik hein omhel,, zen! — den genen , die gelooft, is hij dierbaar! " —r— Ont/laan fommige vermaaklijkhcden der hemelfche wereld uit het aangenaam gezclfchap van de gelukzaligheden daar boven — maakt hun vuurige liefde tot elkander, hun hei lige omgang onderling ook den hemel in de gewesten van licht; — Hij , die zich voor den hemel bereidt, Helt in het gezelfchap van zulken hier op aarde, wier lust en keuze beltaat in de verheerlijking van Gods deugden, alle zijne vermaaken. Hij heeft hen lief, om dat. ze God en zijnen Zaligmaaker lief hebben. — Geen wonder - hij ziet in h«u de trekken van God en jesus; hij deelt in hunne vreugde, en verlangt naar die geflalte des gemoeds, Waar in hij zich zal verm.r.sken met alle gezaligden.

Nn 3 Zï«

Sluiten