Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 334 )

de Waarheid van dit Wonderwerk, en zij waren de bekwaamfte, de meest bevoegde getuigen, als met vooroordeeleii tegen de zaak en met haat tegen de Apostelen ingenomen. Lehalven dit was het wonderwerk zelf openbaar en de wijze, waar op het gewrocht werd; het gefchiedde aan veele perfonen op denzelfdcn tijd; Het /preken in vreemde taaien die men te vooren nimmer hadt geleerd, en nu oogenblikkelijk ontvong, was volkomenlijk gelijk aan eene W. duurige hehlijkheid. Het hadt eene bejtendige duurzaamheid en bleef niet min wonderbaar in de geduurzaamheid dan ia de eerfte werking.

Zo wij dit laatfte wat nader in overweging nemen, zal de gemaakte bedenking t eenemaal wegvallen.

De Uitgieting van den H. G. is eene wonderdaad, waar van de uitwerkzelen niet alleen door de Apostelen en hunne aanhangelingen gezien zijn; maar ook door veele anderen en zelfs door eene groote menigte, te Jeruzalem op het' Pinksterfeest bijeengekomen. Des konden de Apostelen wanneer zij fpraken van deze uitgieting , zich beroepen zells op hunne vijanden. Nu hij door de Rechtehand van God verhoogd is, en ontvangen heeft de belofte des H. G van den Ifader, heeft hij dit uitgc/lort, dat gij nu ziet en' hoort. Zij konden tegen dit geval niets verdichten. Niets was hgter geweest, dan hen van onwaarheid te overtuigen indien de dingen, welke men van deze wonderbare uitgieting verhaalt, niet te Jerufalem op zulk een dag, op zulk een uur, m tegenwoordigheid van zulke perfonen, van verfcheiden Landaard, daadelijk waren voorgevallen.

Deze Uitftorting van den H. G. over de eer/le verkordigers van het Euangeli , was een wonder, welkers uitwerking niet eindigde met dien eenigen Pinkfterdag; neen. zii was duurzaam en bleef ftand houden in de Christelijke gemeenten, lang na den dood der Apostelen. Zij en hunne Leerlingen fpreken overal van deze gaven als van eene zaak die algemeen en openbaar bekend was; zij beroepen 'er zich op, wanneer zij tegen hunne vijanden fpreken, en de waarheid van hunne prediking bewijzen willen. IViU ze»"en ze den joodfche.)Raad vlak in 't gezicht, mi zijn zijne getut gen van deze woorden, naamlijk, dat God jes us doo, zijne rechtehand verhoogd heeft tot een Forst en Zaligmaaker em hraSltt geven bekeering en vergeving van zonden. —1 Wij zijn zijne Ae tuigen , en de Heilige Geest, dien God gegeven heeft den- genen , die hem gehoorzaam zijn. f) Zou Apostel joasixes, wiens eröngeli lang na de andere euangei.eu in fjei l.clu kwam, wei zóó dikwijls en zóó duid-

C) ütisuU \: 31, 32. nik

Sluiten