Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 349 )

mm de wijsheid van den Maaker. Hoe fcSBiWg z\\n in T r„„! , ro^e of weite dikwi Is vijf plantjens in £ zelfde ba t tefloten? en wel in verfcheide kokers die hii befchermt, tot het zaadjen gezaa,d is. De beJwachteling en b waaring in dien algemeenen rok moet deirbefchoÖuwer verrukken; te meer — daar, door dia böwMhSr, de koorntjens na het zaaien geen gevaar vandeadkHicen, noch van het ijzer der eggen noch van het trappen dér paarden, noch van de koude des

1%^SS<ÏÏÏÏ. het, mijn Vriend! maar ook wordt men in den groei van het koorn eene bijzondere wijsheid onwaar. — Zodra worden de ftrenge ftormdeuren vahet barre noorden niet gefloten , of de zon, die ons nu nader Tornt begint aflengskens het graan door haaren ïloed te ftooven. t Plannen , uit den kerker bevrijd, leekt het hoofd al dagelijks hooger, de air komt te voo fchiin en daar in ontdekken wij wonderen. Vier volgeaden rijen van koorntjens, allen boven elkander geplaatst^in een juisten affland, om dus ieder ^«gj

warmte en vochten te ontvangen. Elk koomtjen is

voorzien met verfcheiden dekfels voor de al te fterke hitte der zonneftraalen , zijnde aardig door <cherpe (P tfen omringd, welken de koorntjens tegen de roof rfcher-

men. Is het koorn nu rijp geworden , welk eene

sroote voorzorg van den milden Schepper voor den beÖeen mensch , dien hij dertig, ja zestig voud vrucht en S miTdel k brood geeft! — De Akkerman juicht en erkent , dat God het is , die het brood uit de aarde doet voordkomen, die zijne fchuuren ver vult.met overvloed en zijn harte met vrolijkheid. Welk eene goede

v°ik.0~\sl deugdlief God is liefde. — En wie

dan M heeft in dit zaadjen de kracht gelegd om

fchielijk worteltjens voord te brengen; bnisjens en blaajens, om het warme vocht te ontvangen en te vefpreiden • luchtpijpen , om het water en de lucht door fyne

vaten Strekken wie zeg ik, heeft dit gedaan

dan hij, die het zaad , eer het leevendgemaakt wordt doedt fterven , en dan aan ieder graantjen een lichaam geeft, en ieder zaadjen zijn eigen lichaam? ( J t lsc°™

C) i Cor. XV: 3Ó—38.

Xx 3

Sluiten