Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C »84 )

Ons Feestlied rolt de fchepping door,

De gouden citers klinken: Gods glorij ftraalt op 't Englenchoor,

Maar fterflijke oogen pinken, ó God) wi; knielen ftaamlend néér, Wij zien uw nooit volzongen eer,

'Aan vaale fcheemriug huwen.

Triutnf! wij zien Ja 't ftof des doods

Gods eeuwig beeld getekend; Deze aard is op haar aanzien grootsch;

Kniel, fterflingl kniel al fmeekend, Kniel op den voetbank van Gods troon, Vraag om den bijftand van zijn Zoon —•

Hij is uw vriend — nw broeder.

Gezegend zij het heilrijk uur;

ó ja sust Vorst der wereld! Toen hier uw wieg eerst door natuur

Met nagtdauw werdt bepereld Gezegend zij den ftiilen nagt; Toen Englen blij uw wiege. wacht

Met jubelzangen hielden.

*

Komt, Kristnen! ziet het Godlijk kind

Tot heil der aard geboren; Geen vuur, geen donderende wind

Doet hier Gods aankomst hooren —'■ NeéS! 't koeltjen fuischt, en fchemering Befchaauwt een teedren zuigeling —

Treedt toe — dit is de Godheidf

Tree

Sluiten