Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 257 )

Geen wraak zal 't kinderhart verfchrikken 5 Mijn heil rolt aan met de oogenblikken , De laatfte traan, door fmart gefchreid, Is de ochtenddauw der eeuwigheid.

Ik beef niet — neen ! mijn God is liefde, De fchicht, die jesus boezem griefde, De fcherpgepuntte fchicht des doods Maakt mij op mijn beftemnjing grootsch;

Mijn jesus! 'k zie uw hart nog bloeden, 'k Voel 't moordftaal in uw zijde Woeden >

Terwijl de moê geftreden dood

Uw zegenende lippen floot.

Zoo zal mijn haft voor 't'fterflot zwichten; Geen zon zal 't brekend oog verlichten:

Maar in die duisternis, mijn God!

Bereidt uw hand mij 't fchittrendst lot. *

Ja, jesus! bron van zaligheden!

Ik zal gerust in 't doodsdal treden — Ja 'k volg, daar mij uw min beftraalt, Uw flappen na, met bloed gemaald.

Uw voetfpoor zal ik juichend volgen, Mijn vreugd wordt door geeu angst verzwolgen; Mijn jesus heeft een menschlijk hart, Hij kent — hij voelt der broedren fmart.

Geen

Sluiten