Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 304 j

hóe zal ik u vergelden al het goede aan mij gedaan? Ik wit den Heere altijd looven, nooit vergeten, dat hij mij van het verderf verlost heeft; mijn hart en mond zullen eeuwig roeimti: fchier was ik dood, maar ben verleevendigd als een

arend; u Vader, Heer mijns levens komt daarvoor

ahéén de eere!

Wd aan, mijne ziel! zondig voordaan niet meer; dit was de belofte aan' uwen weldoener gedaan, en de voorwaarde^ onder welke hij u verhoorde. Steeds zal ik mij deze beloi'ie herinneren; mijne eeden zullen mij eeuwig heilig zijn. Vliedende alle gevaarlijke verleidingen van wereld, zondenlust en begeerten houd ik mij aan hem verbonden, die mij uirhielp. Mijne trouw zal beflendig, mijne liefde vuurigj mijne hoop ftandvastig zijn, én mijn toevoorzigt zal niet wankelen. Mijn hart is hem gewijd; mijn geheel leeven zal hem alléén in deugd en godzaligheid blijven opgeofferd. — Ik zal voor mij, voor God, voor Eeuwigheid leeven! Eri waar toe zullen mijne overige dagen, want zij zijn verlengd , waar toe zullen zij in het vervolg worden aangewend ? Zij jnogen mij dienen om mij den voorigen wandel te herinneren en mij deswegen met fchaamte vervullen, van alle" ongerechtigheden echter wil ik afftand doen: Zij zullen ter eere der Godheid befteed zijn. Ik wil den Heere verheerlijken altijd! Dat dan de wereld met mij roeme: mij is barmhartigheid wedervaaren ! een zondaar is van den dood en 't verderf gered! Ik ben genezen!

Te Amfteldam, bij M. dc BRUIJN, in de Warmoeslteïtt

Sluiten