Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 343 )

en zelf befchuldiging, moet hij alles alléén aan zich zelven wijten. Hij hoon, merkt, ziet enjgevoe!r. Zijn hart treurt en bloedt en fpreekt, terwijl zijne oogen en gebaarden waare verkondigers zijn van zijne zedelijke veranderingen, hij gaat uit hij weent allerbitterst! Welk eene langmoeui^hciJ van den liefderijken Heiland omtrend den diep gevallen petrus! En deze kan ten bewijs ftrekken. welk een welbehaagen God heeft aan zulk eenen zondaar, die tot zich zei'\fen inkeert,, en- in tr-aanert van waar berouw, genade bij jes'Os zo=kr. Zijn lust is doch bij de kinderen der mcr/fciira op aarde. De hemelen en de Engelen Gods verheugen zich over eenen zondaar, die geheel afgedwaald, onder de God; lijke genade te rug keert en waarachtig boete doet. De zon-" daar wachte zich dan zorgvuldig van alle mismoedigheid,, wanhoop en vertwijfeling, en beperke vooral de Godlijke genade en ontferming niet! hij zegge of denke niet: mijne zonden zijn te groot en te veel, dan dat zij mij zouden kunnen vergeven worden! ó neen! zondaar! Gods oog ziet in genade neder op heilzoekende harten! Gods genade is krachtig, waar ook de zonden veel zijn! Zondaaren! laat het u niét ontmoedigen en beangftigen, dat gij godloos geweest' zijt, bijaldien gij u omkeert, te rug komt en waare boete doet! petrus voorbeeld moet u leeren, dat jesus de zondaaren gaarne uit het verderf redt, de dwaalenden tcj regt brengt, en dat hij woonen wil bij hen, die van een gebrooken hart zijn; dat hij nooit der ontferming moede.is f Hoe ondérrechtend en leerrijk blijft jesus hier bij de verregaande boosheid en val van petrus, door het bewijs zijner voorbeeldige grootmoedigheid? Hoe zeer moet ons dit leeren, hoe wij ons in ons aardseh verkeer, opmerkend, voorzichtig en waakend over ons eigen hart, gedragen moeten ? Hoe zeker moet ons dit aanfpooren om geen haat .in ons hart te voeden, en om fteeds tot vergeven genegen- te zijn? Petrus voorbeeld kan ons doen opmerken,dat men, wanneer men beflooten heeft om jesus te volgen, zich door geene kleinigheden moet laaten affchrikken, maar zich tégen-alle hindernisfen manlijk zal hebben te wapenen, térwijl daar, warr men het niet verwacht, gétriafcittk gevaarlijk ke Uilen en gelegenheden kunnen voorkomen, waar verzoeking op ons aan-brult, en de deugdzame man ligt wankelen kan. Het doet ons zien , dat het geen wij fomtijds in'het begin voor ecu geringe zaak houden , dikwijls voor ons zeer gevaarlijk worden kan, wanneer God ons niet voor de verzoeking bewaart, te meer wanneer vermetelheid, waan en

on-

Sluiten