Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§d HET BOEK JOB. IX.

I X.

I Job.

2. Ja waarlijk ik weet, dat het zo is: Geen mensch is fchuldeloos bij God.

3 Indien hij lust heeft om met hem te twis¬

ten ,

Op duizend niet één kan hij hem antwoorden.

4 Hem, die zo vast is van raad, en zo fterk varfc

kracht!

, Wie verhardde zich tegen hem, en kwam 'er fchadeloos af?

5 Bergen rukt hij plotfelijk los uit den grond, Keert hij in zijnen toom het onderfte boven.

6 De aarde fchudt hij uit haare plaatfe, Zodat haare grondzuilen waggelen.

7 Op zijn bevel houdt de zon haare ftraalcn

terug ;

. De fterren verzegelt hij, [dat ze niet fchijnen'.].

8 Den

Sluiten