Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146 H ET BOEK J O B. XXXIX.

Waar lijken zijn, daar is ook hij.

34 Verder fprak Jehova dus tot Job:

35 Geeft hij 't nu op, die met den Almagtigen

twist ?

Hierop antwoorde hij , die God durft bedillen !

36 Hierop gaf Job aan Jehova dit antwoord:

37 Ach! ik ben te gering: zou ik u wederleg¬

gen ?

Ik 'leg mijne hand op den mond.

38 Eens fprak ik; dan ik fpreek nu niets meer; En andermaal; dan daar laat ik het bij.

X L.

ï Toen vervolgde Jehova dus tot Job te

fpreeken uit het onweder: a Omgord, als een held, uwe lenden;

Onderricht mij op 't geen ik u vrage. 3, Maakt gij mijn vonnis te niete?

Veroor-

Sluiten