Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 91

merken, dat dezelve genomen is van een vreeslijk onweder, met eenen zwaaren regen, die eene groote overftrooming te weeg brengt, vergezeld, die tevens met eenen donkeren hemel gepaard gaat. Vergelijk Pf. XVIII. 8—17. en het geen ik daar aangemerkt heb.

vs. 12—20. De zin deezer plaats komt eenvoudig hierop neder : God is zeer hoog verheven : maar hoe bijster misbruiktet gij die waarheid tot eenen zorgeloozen voortgang in uwe euveldaaden , door op dezelve uwe hoop van llraffeloosheid te bouwen ; even als ware de afftand van den hemel tot de aarde te groot, dan dat God op de daaden der menfchen letten zoude. H. A. S. In vers 12. geloof ik, dat men eenige kleine verbeteringen moet maken , volgens welke het mij niet onwaarfchijnlijk voorkomt, dat men het tweede lid dus moet vertalen : Hij ziet neer op de kruin der fterren , hoe hoog ze ook zijn. Zie het aanhangfel,

ys. 15. Het valt klaar in de oogen, dat Eliphaz hier van oude fpotters met den Godsdienst fpreekt, die Jobs voorgangers zouden geweest zijn; maar of het die ouden zijn, op

wel-

Sluiten