Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 99

vs. ï6. Het eerde lid kan zeer ge maklij k met vers 15, verbonden, en tot den overfpeeler gebragt worden; te meer daar er in het enkelvoud daat Hij doorgraaft. Doch de verwisfeling van een Singularis in eenen Col* lecliven zin met den Pluralis is bij Job zo gemeen , dat die rede mij niet terug houdt om liever een derde foort van licht fchuwende kwaaddoeners in dit vers te befchouwen. De zaak is van weinig belang, dewijl en de zin en de fchoonheid der geheele plaats dezelfde blijven. H. A. S. Ik moet intusfchen bekennen, dat de overgang tot een ander foort van kwaaddoeners zonder die te noemen , mij eenigzins hard fchijnt: ik zou daarom niet ongenegen zijn om te gisfen , dat misfchien de verfen door een fout der affchtijvers verkeerd geplaatst zijn , en dat men eerst vers 15 van de overfpeelers, en dan vers 14, i<5, 17. van de moordenaars, die te gelijk rovers zijn , moet lezen. Doch geen gezach voor zulk eene verandering hebbendé , geef ik dezelve niet hooger, dan een vermoeden, op.

vx; 18. Moesten diezen enz. Eigenlijk ;'

Ligt moest hij zijn op de vlakte des waters.

Ik heb den zin uitgedrukt volgens Hof, X. 7, [Ga] Be

Sluiten