Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 155

geld, of meerdere fterkte, of aan'den, in zijne vonnisfen laat zwanken ; hij zal ook uit dien hoofde op uwen rijkdom , offchoon gij hem alle uwe fchatten ten zoen aanboodt, geen' den minden acht daan (19): wees dan ook daarom zo roekeloos niet om , gelijk gij gedaan hebt, naar het godlij k vonnis over uwe zaak te verlangen ; immers de tijd van Gods wraakvonnis gelijkt a'an eenen nacht, zo fchriklijk , dat hij zelfs fomtijds ganfche volkeren wegraape , en verdelge : uw einde zou dan ook verfchrikkelijk weezen : keer in tegendeel liever weder tot de deugd en de oefening van recht en gerechtigheid ; want alleen onder die voorwaarde zult gij uit uwe ellende verlost worden (20, 21).

Bij ys. 7, 17 'en ai. Zie men het aanhangfel.

w> 22. — XXXVII. 24. Een ander gedeelte der redevoering van Elihu , het welk ons in eenen prachtigen dijl deeze redeneering fchildert: God is onbefefbaar groot, zo dat wij zijne werken nooit kunnen befeffen , maar dit weten wij echter tevens, dat hij hoogst rechtvaardig is, en niemand zal verdrukken. ■—

De

Sluiten