Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGSEL. 107

hij zijnen Grootvader, Orig. Hebr. Cap. XI, § 27, en tekent in zijne Latijnfche aanmerkingen er nog bij aan de , ook reeds door A. S. aangevoerde, plaats van lucretius III, 719.

Unde cadayera rancenti iam vifcere vermes Exfpira?it ? atque unde dnimantum copia tanta f

Exos & exfanguis tumidos perflucluat artus.

Eindelijk leest hij even als doederlein DO' voor DSD\ Zo wordt ook DND en DDD verwisfeld Pf. LXIII. 8., waar men mijne bijzondere aanmerkingen kan vergelijken.

vs. 15, 16". De lezing, van welke de Vertaler in de aanmerking gewag maakt, is .VrnytfD» welke ook reiske reeds voorgefteld heeft.

Hoofdd. VIII. 18. De Vertaler volgt hier voor een gedeelte houbigant , althans wat den zin betreft. Hij leest even als houbigant iDlpDl , maar behoudt dat hij imperfonalmr neemt , en dus in denzelfden

zin,

Sluiten