Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258 AANHANGSEL.

kan, dunkt mij, ook het Arabifch l^==(j era L£=y, worden aangevoerd, in welke beide woorden de beteekenis van fchitieren zeer gemeen is, waarvan *L£=aó de fchitterende zon beteekent bij ibn doreid , vs. 156, en u-aI •l£»0 eigenlijk de zoon van de fchitterende zon , d. i. de dageraad harir. Conf. IV. pag. 44 ; om niet meer voorbeelden bij te brengen. Ik wacht ondertusfchen ook hierover nog meer licht. De zin zal, volgens deeze verklaaring , hier op ne^er komen : Wie beftiert de flingerende blikfemen , en het fchitterend weerlicht, zodat zij als verftand fchijnen te hebben om te weten, wanneer, hoe , en waarheen zij zich zullen wenden ? gelijk het ook a. schultens reeds uitgelegd heeft » bladz. 1102.

. Hoofdd. XXXIX. 16, 17. Deeze woorden zijn bij uitftek moeilijk. Alles optehalen en te beoordeelen , wat men over dezelve gezegd heeft, lijdt het bellek van deeze aanmerkingen niet.

De vertaling, die ik hier gegeeven heb, ben ik weder verfchuldigd aan den Heer

wux-

Sluiten