Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58 iv. Overd. Over het Misbruik

kunftige wijs, aan eenen boom worden gebonden , die misfchien wel fchoon voor dat oogenblik , die op zich zeiven wel goed om te nuttigen zijn, maar die echter vrij klaar alleen ten pronk zijn opgehangen , want uit den boom zeiven waren zij nooit voordgekoomen. Voorzeker is het een niet genoeg erkend voorrecht van het Christendom, dat het niet zoo zeer op uitwendige daaden aandringt, maar hoofdzaakelijk op het inwendigfte gevoel werkt,'gevoel verwekt en beftiert; dat het door berouw en vertrouwen en liefde den mensch vormt zoo als hij zijn moet. Zeer aangenaam was het mij , onlangs in het boek van eenen man , die niet van mijnen ftand is , die de weldoender van een gantsch Rijk was, (*) dit volgende te leezen: „ In „ het binnenfte des harten, in de dieptens „ van het geweeten legt de Godsdienst zij„ nen eerften grond van verbetering — de„ zelve fchijnt zich op de diepfte geheimen „ der natuur te verftaan. Eene zaadkorrel „ zaait zij in de aarde, die zich daar voedt „ en verfterkt, en zonder dwang talrijke tak„ ken voordbrengt ; die zich in de hoogte „ verheffen, die zich in alle richtingen uit„ breiden, en die onderfcheidene gedaantens „ aanneemen. Onnavolgbaar kenmerk van „ den Godsdienst, die van den Schepper van „ ons hart zijnen oorfprong heeft."

§. 9-

,, Zeer goed ! zegt hier misfchien meenig

een!

(*) Neckar.

Sluiten