Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Leerftuk des Geloofs.

ligchaamelijke behoefte was. Daags te vooren, toen zij het noodig hadden, en zich op geene andere wijs konden helpen, hielp Hij hen wel en ook zeer gaarne! Maar thans niet, door dien het nu onnoodig was; door dien zij om hun brood arbeiden konden en moesten. —

Zeker moeten wij gelooven, God zal ons onderhouden, — Hij, die de vogelen des Hemels voedt, die de bloemen des velds bekleedt, zorgt ook zeker voor ons. Maar, lieve Lezer! gij moet op eene redelijke wijs doen, het geen gij kunt ; arbeiden en fpaarzaam zijn, elke kracht aanwenden; en dan gerust en met vertrouwen bidden om uw dagelijks bröod, en gij zult het zeker ontvangen. Zeker, in ziekte zult gij om gezondheid bidden, maar ook de middelen gebruiken, waar door

gij weer gezond kunt worden. Zonder

dat gij doet, het geen gij kunt, zult gij niet weer gezond worden, even zoo min, als de Jooden brood ontvingen. En kan 'er ook in waarheid-een recht geloof en vertrouwen op Gods hulp plaats hebben, wanneer een mensch zich zeiven nog kan helpen ?

Het kind, dat een werk kan verrichten* zal het wel tot zijnen vader loopen en hem

verzoeken: Help mij! wanneer het weet,

dat de vader zijne kracht en traagheid kent? — Voor God verfchijnen, en weeten , dat Hij het hart doorgrondt, en Hem zeggen: Lieve God! Ik zelf kon dat wel doen, maar heb

'er geen lust toe, doe gij dat voor mij,

kan men in zulk een geval gelooven, in waarheid gelooven, God zal dat doen ? ~ nooit! — F 2 wie

Sluiten