Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Leerftuk des Geloofs in Jefus. 101

ken. En hoe veel veld is 'er voor eene waarachtige bekeering gewonnen , wanneer de mensch tot den reinen Jefus getrokken wordt.

§. 8.

Ook daarom dunkt mij, is het geloof zoo gewichtig , door dien juist dat geen, het welk een fpoor tot het goede is, ons ook troost in lijden , en rust rn den dood aanbrenge ; dat dierhalven dat goede ons dies te liever worde. Wanneer mijn weldoener, mijn beste

vriend uit een zeker land afkomftig is,

hoe veel anders komt mij dan dat land voor,

hoe veel liever wordt het mij! Wanneer

ik aan mijn ambt eene menigte gemakken, aanzien, maar ook gelegenheid om menfchen te helpen, te danken hebbe, —- hoe veel liever wordt mij daar door dat ambt, en elke arbeid, elke moeite, met de waarneeming van dat ambt gepaard! En wanneer ik dien Jefus, die mij gehoorzaamheid, en verlochening beveelt, mijn gantsch geluk te danken hebbe; wanneer ik dienzelfden perfoon , die mijn vuurig verlangen naar hulp en geluk kan bevredigen, ook verplicht ben te gehoorzaamen, hoe veel beter gaat dan alles! ——God heeft de menfchen zoo gemaakt, dat wij voor die gene het meeste doen, die ons de meeste vreugde veroorzaaken, en dat ons diegenen de meeste vreugde veroorzaaken, voor dewelke wij het meeste doen. Zoo is het ook in het Christendom. Het geen God 't zaam gevoegd heeft, dat moet de mensch niet fcheiden.

G 3 '%> %

Sluiten