Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h2 Viii. Overd. Over het Misbruik van

wonderen ftreefde, en men zich nog ellen* dig en verre van Jefus gevoelde, zoo lang men zulk eene kracht noch niet ontvangen heeft. In onze dagen inzonderheid is het noodig, voor zulke uitfpattingen te waarfchuwen; daar dweepers en bedriegers van allerlei zoort deze leer van den Bijbel zoo dikwijls misbruiken; daar eene zekere klasfe van anderzints goedgezinde Christenen zoo gaarne alles tot werkingen van den Geest maaken, en daar men de leer van den Bijbel zelfs dat geen te last legt, het geen echter waarlijk alleen een misbruik dier leer is. En juist door eene zuivere voorftelling van de Leer van den Bijbel kan zoo gemakkelijk voor dat misbruik gewaarfchuwd worden : niettegenftaande zoo veele wonderbaare gebeurtenis, fen , niet tegenftaande zoo veele invloeden van hoogere krachten, waarvan in den Bijbel melding gemaakt wordt, zoo is'er echter geen boek, dat den mensch zoo fterk voordweeperij bewaart, als dit boek.

In eenen tijd, waar in de gaven en krachten van eenen Elias iets geheel onbekends geworden waien, kwam Jefus te voorfchijn , en deed dingen, die Hem geen mensch door bloote menfchen krachten kon nadoen. Te gelijk fprak Hij met eene wijsheid, was in alle zijne daaden zoo vrij van zonden, beminde met zulk eene tederachtige liefde , waarin waarlijk, even zoo weinig als in zijne wonderdaaden alledaagfche menfchen Hem gelijkvormig konden worden. Hij verkoos en vormde Discipelen, en zeide hun, dat zij ook die daaden zouden doen, die Hij deed.

Ook

Sluiten