Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏI: 14. ftaan waar het ftond, en floeg een' geheel anderen weg in, om het nadeel te verhoeden, 't welk dit Vooroordeel zou kunnen na zich fleepen. En welken weg dan ? Den besten dien hij kiezen kon. Gelieft hem zelfs bij Paulus op de aangehaalde plaats natezien. Onze hedendaagfche Joden hebben 'deeze Zotheid en deezen Beul, tegen een ander Vooroordeel geruild, gelijk ik het eerfl van een Man, die geloofwaardig en veel bij Joodfche fterfbedden geweest is, vernomen, en waarom ik ook dus verre verzuijmd heb , om er Jooden zelve na te vraagen. Onze hedendaagfche Jooden namelijk , verbeelden zich, dat, wanneer één van de Natie aan de pcflilentie of aan de koorts fterft, hij vast en zecker verdoemd wordt. Misfchien hebben zij die Zotheid, uitLevit. XXVI: 16. Deut. XXVIII: 22. afgeleid, of elders ergens van daan gehaald. Dewijl zij nu natuurlijker wijze niet gaarne zien, dat hun ftervende broeder verdoemd worde; zoo maaken zij zich zeer ongerust: tot dat hunne Vraag: lfchter ook Koortfchl Myn Heer! —— met Neen', beantwoordt is, en dan ftellen zij zich gerust, en laaten den Krankeh in Vreede en met gejuich tot zijne Vaderen vergadert worden.

Zulke ingewortelde, verjaarde en, tot in het Merg doorgedronge Vooroorde len , die zelfs Volks Vooroordeelen geworden zijn, met Raifonnementen te willen te keer gaan, of met geweld te willen uitrenen, heet vergeefsch werk doen, S 4 . Dat

Sluiten