Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheden bij de visfcherij. Want, daar beide Natiën aan de Volta woonen, was het natuurlijk, dat beide een recht tot de visfcherij moesten hebben. Maar nimmer konden zij het nopens de breedte fegt eens worden, hoeverre zig deze of geene Natie bij het visfchen mogte laaten zien. Zij lagen ook zamen overhoop, wanneer iemand van eene Natie bij dezen of geenen van de andere geld had te vorderen, en hij geene betaaling kreeg. Waarbij nog de enkele nijdigheid kwam, wanneer de ée'ne Natie gelukkiger en magtiger wierd, al het welke aanleiding tot een oorlog gaf. Deze begon dan met kleine fchermutzelingen, tot dat de partijen op elkander zo verbitterd wierden, dat de oorlog algemeen wierd. De Adaërs haalden zig inzonderheid ook daar door den nijd hunner nabuuren op den hals, om dat zij den Europeërs huisvesting gaven (te weeten onze Logie) als mede wegens den goeden voortgang hunner zoutmaakerij, het welk hen hunnen meesten rijkdom aanbragt; gemerkt zij 't zout zo voordeelig aaji de Berg-negers, als mede aan de AsfianthtSrs konden verkoopen. Doch, zo als 't gemeenlijk in de waereld van oudsher gaat, wanneer een Staat den top, dien hij bij mogelijkheid bereiken kan, heeft beklommen, vervalt hij tot zwelgerij en gemalf, en alsdan is zijn val nabij; waarvan de vroeee en laatere gefchiedenis bekende voorbeelden uitlevert. De Augnaers hadden,zo als romer verhaalt,

de

Sluiten