Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(66)

doet, dewijl de eerfte flegts als eene inleiding tot den tegenwoordigen is aan te merken. Zie hier' dan het vervolg des oorlogs.

Den ioden April trok dc op nieuw verëenigde Armee uit, legerende zigbij eene zeer aanmerkingwaardige ü.iA,Pottcbra genoemd, drie mijlen van Qjiitta, oostwaards gelegen. Op den togt hierheen, treft men drie onderfcheiden fteden aan, klein, groot en nieuw Ajaga, welke op afftanden van halve mijlen van elkander liggen. De Bevvooners dezer drie Steden hielden zig onzijdig; waarom ze ook niet voor onze Armee gevlugt waren, dewijl wij hen beloofd hadden, dat meri zig van alle vijandlijkheden wilde onthouden; maar verkogten aan ons oorlogsvolk allerhande Ieevensmiddelen, geevende het water voor niet te drinken, het welke hier wat kostbaar is. De Pottebracr-s daarentegen, welke over het algemeen een fchuim van Volk zijn zouden, hadden hunne ftad verlaaten, en waren te gelijk met de Augnaers het land in gcvlooden. Deze Stad lag, voordezen, op de fmalle ftreek lands,welke tusfchen de zee en de zoute Rivier gelegen is, maar met dezelve een einde neemt, en ten Westen met de Rio Volta verëenigd is. De Gouverneur en zijn Adjudant namen hun kwartier in des Kabosfiërs huis, de voornaame Zwarten in de overige huizen, en de rest was genoodzaakt, eene legerplaats op te flaan, welke de Negers even zo fchielijk van ftokken en palmbladen weeten te doen,

als

Sluiten