Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 133 )

ze een' pot rftet breij van turkfche tarwe onder den Arm, en een anderen met gekookt water op het hoofd draagen. Komt 'er nu iemand, die mogelijk yoor een halvenfchelling van dezen Thee begeert, dan geeft dit meisje hem een grooten lepelvol van dien breij in eene uitgeholde kalabas, (welke hier de plaats van een kopje bekleed,) en dan omtrent een Pegel of halve pint gekookt water daaröp: de kooper roert het met een natuurlijken theelepel of met den vinger om, en drinkt het. Daarmede heeft hij zijn ontbijt gedaan. Eenigen mengen 'er ook honing onder, welke hier ongemeen goed is, en een kruidagtigen fmaak heeft. Dien breij noemd men hier Flatia, of wel a Casfa. Hij word inzonderheid als eene fpijs voor zieken gebruikt,en is een zeer gezond voedzel.

De Negers alhier verftaan ook reeds de kunst, om Katoen te weevcn, het welk de Akraërs of niet verdaan, of te trots zijn, om het te doen.

Onze Factoor bragt mij bij een' Neger, die dit ambagt verftond, welk ik hier te lande nog niet had zien oefenen. Bij hem komende, vonden wij 'er gansch geen tocftel toe ; des wilde ik weder heen gaan, maar de Factoor verzogt, dat ik flegts een oogenblik wilde vertoeven, want dat hetweefgetouw terftond klaar gemaakt, ware. Hij liet den weever haaien, en in minder dan een kwartier uurs ftond 'er het weeftouw, katoen daaröp, en de Meester weefde. Zo zeer nu als jsulks de bewondering der kunstkenners verdient,

Sluiten