Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 033 )

gelijks verfcheidenEtablisfementen op. Öp de Got/tt* kust leiden zij hun tegenwoordig Hoofdfort Capt Coars en James Fort, aan de rivier Gambia, iri het jaar 1553 aan, waarop allengs nog verfcheide andere volgden. Deze dreeven, van dien tijd af, bijkans alleen den Guineefchen handel 4 tot het jaar 1637, naa dat de Hollanders, welke zig bijna meester van alle Portugeefche bezittingen in Oostindien gemaakt hadden, nu mede eene kans op hunne Africaanfche Forten waagden. Deze veroverden, met weinig moeite,Georgia della Mina, thans nog hun Hoofdfort, als mede de overige Portugeefche fterkten, welke hen ook, bij het vredes - traétaat van 1641, geheel wierden afgeftaan, waardoor de Portugeefen, die eertijds de eenige Heeren dezer kust Waren ^ nu gansch van hier verjaagd wierden. Tot heden toe mogen deze hier niet handelen, en, wanneer zij op de laagere kust, als Pidd eh Porto no-> yo handel willen drijven, moeten ze eerst bij het Hollandfche Fort ten anker komen, en eert zwaaren tol betaalen. Dit niettemin drijven zij évenwei een fterken handel op de kust, doch nie/regelregt van Portugal, maar van Brazilië. Hunne fchepen hebben niets' in, dan Tabak, en zomtijds ook Wat Brandewijn.

De Hollanders zijn, federt dien tijd, meester Van de kust gebleeven. Zij hadden tot het jaar 1781 elf Forten, welke alle hier aan te haaien buiten ons beftek zijn zoude, en buiten dat zijn

ze

Sluiten