Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114 HET GELUKKIG BUITENLEVEN.

Kreeg ik vernuft, kreeg ik verftand Alleen om my met fmaak te kleden?

Kreeg, ik deez' vlugge regterhand, Gezonde en wel gevormde leden,

Om ydelheid ten dienst te ftaan?

Wordt dus aan mynen pligt voldaan?

Ik wierd, Gods grooten naam zy lof Om Hem te kennen, te beminnen:

Zinds my dit ftaatig denkbeeld trof Leidde ik myn lusten, driften, zinnen s

Oplettend naar dat edel doel

Waar toe ik my gefchapen voel.

Hoe zalig is dit myn befiuit! De vreugd is in myn oog te lezen!

'k Roei myne aandoenlykheid niet uit. 'k Vermink niet, maar volmaak myn wezen,'

Of ik in deezen cerften ftaat

Nog overwon al 't zeedlyk kwaad.

Voor

Sluiten