Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

04 AAN EEN' LIEVEN KLEINEN JONGEN»

En nu wordt gy niet beteugelt Door het Vaderlyk gezicht;

Nu, nu alles u betovert, 't Hart leert morren tegen pligt;

Nu de lusten driften worden, Aangezet door 't kookend bloed;

En de waereld haar tooneelen Voor uwe oogen oopen doet.

Zult gy geene fchipbreuk lyden, In deez' zorgelyken tyd ? . .

Nu! de wagt is u bevoolen Oefen u met alle vlyt.

Geen Collegies te verzuimen; Overwegen 't geen gy daar

Hoorde van uw Profesfooren Is van dienst in dit gevaar.

Geef aan niemand ongenoegen, Haat het fpeelhuis, fchuw den wyn.

Laat de lichtmis u befpotten: Lof van hem zou fchandlyk zyn.

li

Sluiten