Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 123 )

belediger weet, dat de beledigde geene verdediging heeft ; 't zy — dat hem de middelen of

krachten daartoe ontbreekcn; ■ 't zy dat hy

geene kennis heeft van de belediging, maar enkel de gevolgen en uitwerkfelen daarvan ondervindt; — 't zy eindelyk dat hy den belediger niet kan uilvinden , om zich behoorlyke voldoening over hem te verfchatïen.

Tot bet eerfte behoren alle mishandelingen van kinderen, vrouwen, oude, gebrekkelyke, zwakke, of onderdrukking van mindere perfonen, door hunne meerderen. Tot het tweede, alle misbruik van gor-d vertrouwen, enz. Tot het laatfte , alle die argliftige beledigingen, waarby de belediger, bewuft van zyne lchuld en vreefende voor verdiende wraak of ftraf, zich zeiven zorgvuldig fchuil houdt, of ook fömtyds wel het vermoeden op een derden zoekt te doen vervallen, om zelve verborgen te blyven.

By alle deze foorten van moedwillige belediging, heeft in een meerder of minder trap tegelyk ook lafheid, laagheid, onedelmoedigheid plaats : en dienvolgens ziet men ook, dat zy geen medciydeu, maar afkeer en haat verwekken uit heuren aart.

Doch nergens kan laagheid en onedelmoedighdd in een hoger trap plaats hebben, dan in eene iborc L 3 van

Sluiten